Strijd om droge voeten

Als je nu rondkijkt in de omgeving van de Rotte kun je het je bijna niet voorstellen, maar er is een tijd geweest dat hier geen dijken of kaden nodig waren om het land tegen overstromingen te beschermen. Het land lag hoog boven de zeespiegel en het overtollige regenwater vloeide af via natuurlijke veenriviertjes als de Rotte, de Gouwe en de Schie naar zee of naar rivieren die daarmee in verbinding stonden. Dat was in de eerste eeuwen van onze jaartelling.

Gronden ontginnen
Dat veranderde toen de bewoners de gronden gingen ontginnen. Zij verwijderden de oorspronkelijke begroeiing en groeven sloten om de gronden te ontwateren. Hierdoor daalde de veenbodem en moesten ze de sloten dieper maken. Dat herhaalde zich tot de bodem zo laag lag dat de bewoners kaden en dijken moesten aanleggen om het land tegen het water te beschermen. Op een gegeven moment waren zelfs molens nodig om het water weg te laten lopen. Eerst waren dat nog door mens of dier aangedreven molens. Later, in de eerste helft van de vijftiende eeuw, kwamen de windmolens. De veengronden werden polders.

eendr. polder kaart 005.jpgOnderhoud aan kaden en dijken
Het toenmalige landsbestuur besefte dat goed onderhoud van de kaden en dijken van groot belang was voor de landen daarachter. Floris V besliste in 1273 dat het land tussen de Schie en de Gouwe alleen verkocht mocht worden aan mensen die over voldoende geld beschikten om dat onderhoud te kunnen plegen. Hij bevestigde ook het gezag van het hoogheemraadschap van Schieland, een voorloper van het huidige hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, dat nog steeds zorgt voor het waterstaatkundige beheer in dit gebied.

Veenplassen 
De bewoners groeven de veengrond af, omdat die goede brandstof bleek op te leveren: turf. Dat gebeurde op zo'n grootschalige manier dat grote plassen ontstonden, die soms de vorm van een binnenzee aannamen. Veeteelt en akkerbouw waren zo goed als onmogelijk geworden. Deze gebieden brachten daardoor geen belastinggeld meer op. Dat was voor de toenmalige overheid reden om de plassen droog te maken.

Eendragtspolder
Onder Zevenhuizen lagen rond 1700 uitgestrekte veenplassen die uit drie polders bestonden. De bestuurders stelden voor deze polders een droogmakingsplan op. De uitvoering hiervan verliep niet altijd even soepel; in die tijd kende men onze betekenis van het woord 'poldermodel' nog niet. Het duurde ruim zestig jaar voor de droogmakerijen klaar waren. Op 13 maart 1760 werd besloten een deel van die polders de 'Eendragtspolder leggende onder Zevenhuijzen' te noemen.

windmolens foto schilderij Br.V.jpgWindmolens
In de hierop volgende eeuwen werden de mogelijkheden om het water in dit gebied te beheersen steeds verder verbeterd, ondanks veel onderling geruzie van de betrokken partijen. De Eendragtspolder is tot in de jaren twintig van de vorige eeuw bemalen door windmolens, waar andere polders al aan het eind van de negentiende eeuw waren overgestapt op stoom- en later ook dieselgemalen. Pas in 1927 nam een elektrisch gemaal het over, ook nu weer na de nodige strijd.

molen bij de inlaat.jpgZelfstandig bestuur
In het verleden had iedere polder een eigen bestuur. Na de watersnoodramp in 1953 ontstond een concentratie van polderbesturen. In 1970 kregen de provincies meer taken en bevoegdheden bij het waterbeheer. De meeste provincies - ook Zuid-Holland - droegen deze taak over aan de waterschappen. In Schieland verloren alle polders, dus ook de Eendragtspolder, op 1 januari 1974 hun zelfstandigheid. Voortaan vielen ze onder het hoogheemraadschap van Schieland, tegenwoordig het hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard.

Onder water
Eeuwenlang hebben achtereenvolgende polderbesturen hun best gedaan - met wisselend succes - om de Eendragtspolder droog te maken en te houden. Nu is een deel hiervan weer onder water gezet. Het lijkt niet met elkaar te rijmen, maar het doel is hetzelfde: zorgen dat de bewoners van het achterland droge voeten houden.

Beeldmateriaal: Museum Zevenhuizen